Josephus Theodorus Joannes (Joseph) Cuypers (Roermond, 10 juni 1861 – Meerssen, 20 januari 1949)

 Fotopersbureau Het Zuiden, collectie BHIC, nr. 1633-003902Hij was de zoon van de architect Pierre Cuypers en Antoinette Alberdingk Thijm. Hoewel hij, evenals vele andere architecten, in de firma van zijn vader was opgeleid, ging Joseph voor zijn verdere scholing naar de Polytechnische School te Delft, waar hij in 1883 afstudeerde. Daarna werkte hij als assistent van zijn vader. Zijn eerste eigen ontwerp is in 1884 pension Oud Leyerhoven in de Amsterdamse Vondelstraat, in een stedenbouwkundige omgeving die grotendeels door zijn vader ontworpen was.
In 1888 ontwierp hij zelfstandig zijn eerste kerk, de Sint-Urbanus in Nes aan de Amstel die, net als andere kerken tijdens deze vroege periode, nog sterk onder invloed van zijn vader staan. Cuypers was van meet af aan ook werkzaam op het gebied van restauraties. Vanaf 1891 werd de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal onder zijn leiding gerestaureerd.
In 1893 kreeg Cuypers de zeer prestigieuze opdracht voor het ontwerpen van de nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem. In 1898 volgde de opdracht voor een tweede kathedraal, ditmaal die van Rangoon, Birma (Myanmar).

In 1894 nam Cuypers de leiding van het Amsterdamse kantoor over van zijn vader. Van 1900 tot 1908 was hij geassocieerd met Jan Stuyt. Een van de eerste ontwerpen uit deze periode is die voor de Sint-Gummaruskerk in Steenbergen. Daartoe werd een eerder ontwerp van P.J.H. Cuypers radicaal gewijzigd. Stuyt raakte in toenemende geïnspireerd door de romaanse en byzantijnse architectuur. Mede door toedoen van het toonaangevende duo raakte de neogotiek in Nederland uit de gratie.
In 1908 werd de vruchtbare samenwerking met Stuyt op diens verzoek (hij wilde trouwen) beëindigd en ging Cuypers wederom zelfstandig verder. In deze periode bouwde hij onder andere zijn belangrijkste niet-kerkelijke werk, de Amsterdamse Effectenbeurs. Verder was dit een vrij rustige periode in Cuypers’ carrière. Een hoogtepunt is de Sint-Laurentiuskerk in Dongen, een monumentaal opgezette koepelkerk.
In 1920 associeerde hij zich met zijn zoon Pierre Cuypers jr. Het meeste werk uit deze jaren vertoont expressionistische kenmerken. Samen met zijn zoon ontwierp hij nog twee koepelkerken, in Beverwijk en Bussum. Andere werken in deze periode zijn echter traditioneler van vorm zoals Berchmanianum in Nijmegen. Een belangrijk werk is de restauratie en vergroting van de basiliek van Meerssen van 1936 tot en met 1938. In 1945 verhuisde Cuypers naar de pastorie van Meerssen, waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht.

Gebruikte bronnen:
- Archief Joseph Cuypers in het Stedelijk Archief te Roermond 
- mondelinge informatie van de familie Cuypers
- B. van Hellenberg Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, Zwolle 2016.
- Wikipedia

Foto:
- Fotopersbureau Het Zuiden, collectie BHIC, nr. 1633-003902